Hoe weten we nu wat het geschapen wezen van de mens is en wat de zonde daaraan veranderd heeft?
Volgens Barth moeten we hier een woord uit het evangelie serieus gaan nemen. Wanneer bij Pilatus gezegd wordt (Joh. 19:5): ecce homo, zie de mens, wordt met dit woord mens naar Jezus Christus verwezen. Daar staat ‘de’ mens.
“De houding van God tegenover de mens Jezus Christus, is de houding waarin de trouw van de schepper en daarom ook de gelijkblijvende relatie van de schepper tegenover het door hem geschapen menselijke zijn geopenbaard en gekend wordt.”
De hele antropologie moet dus vanuit de Christologie worden opgebouwd. Jezus wordt (is in de vleeswording ‘ons’ gelijk geworden) maar Hij doet niet wat wij doen. Hij is mens, maar zondeloos mens. Dat is Hij, omdat Hij weliswaar de menselijke natuur heeft aangenomen, maar tevens zelf Heer over die natuur bleef. Daarom was Hij bestand tegen de verleiding zoals die in Lukas 4 wordt vermeld: tegen de verleiding van de macht, de ongehoorzaamheid en het eigenbelang. (Daar zie je dan ook weer eens, dat je er zonder de triniteit niet uitkomt. Het heer-zijn over de menselijke natuur is alleen denkbaar als Jezus inderdaad de vleesgeworden God de Zoon is.)
Alleen in Hem wordt zichtbaar wat ons geschapen-zijn inhoudt. In ons zit dat nog wel, maar het is niet kenbaar. Wij handelen – historisch concreet – steeds weer niet zoals het als schepsel van ons verwacht mag worden. Jezus Christus daarentegen handelde volkomen als schepsel, in volmaakte gehoorzaamheid aan God.
Dus moeten we nu de vraag gaan stellen wie Jezus Christus als mens voor God nu eigenlijk was.
Vind ik leuk:
Wees de eerste om post te waarderen.
Recent commentaar